brug vervangen in binnenstad? niet zonder uitdaging…

De Rozemarijnbrug aan het Achterom is de enige echte fietsbrug in de Delftse binnenstad. Gelegen op de doorgaande route tussen de TU Delft en het station, is het bovendien een veelgebruikte brug. De bestaande fietsbrug was echter aan vervanging toe. In opdracht van de gemeente ontwierpen we een nieuwe fietsbrug, die flink breder is dan zijn voorganger en een stuk praktischer: in bovenaanzicht is de brug niet recht, maar uitwaaierend. Dit zorgt voor een betere doorstroming .

De ligging van de brug maakt de bouw ervan geen gemakkelijke opgave. De ruimte is beperkt, de omringende bebouwing eeuwen oud en onder waterniveau bevinden zich historische kademuren die niet belast mogen worden. Ook gelden er restricties voor het ruimtebeslag van de bouwkuipen om het watersysteem van de Delftse binnenstad niet te verstoren. Daarnaast speelt de vraag wat voor soort hekwerk op deze unieke brug passend zal zijn: historisch, modern of wellicht een combinatie? En wat te denken van voertuigwerende paaltjes? Zijn die nodig en zo ja, wat is dan de beste plek?

betere doorstroming

Eén ding is in elk geval snel duidelijk: de locatie van de brug verandert niet. Gezien de aansluitende straten is deze bocht in het Achterom de enige logische plek voor de brug. De nieuwe brug is wel breder dan de oude en bovendien in bovenaanzicht niet meer recht maar uitwaaierend. Dit maakt de fietsbrug geschikter voor het grote aantal fietsers dat hem dagelijks gebruikt en zorgt voor een betere doorstroming van het verkeer.

oude (links) en nieuwe brug

tafelconstructie

Na het alignement volgt vaststelling van het constructief ontwerp. De oude brug is gefundeerd op houten palen. Onder het zichtbare deel van de kademuur bevindt zich een gemetselde kademuur van honderden jaren oud. Die kademuur mag niet worden belast of aangetast, want dan zullen de naastgelegen historische panden verzakken. Ook de houten funderingspalen kunnen niet worden verwijderd omdat ze dan wellicht zouden breken. Of de houten palen in de ondergrond nog recht zijn en waar ze zich exact bevinden is onbekend. Het ontwerpteam besluit een tafelconstructie toe te passen voor de nieuwe brug. Funderingspalen voor én achter de historische kademuur met daarop een betonnen vloer die de oude kademuur overbrugt. De fietsbrug steunt dan vervolgens op die tafel.

de oude brug tijdens de sloop

fundering

Ruimte voor een heistelling is er nauwelijks en ook lange heipalen zijn onmogelijk omdat ze onder een hoek geplaatst moeten worden en de omliggende bebouwing letterlijk in de weg staat. De oplossing: draaipalen met groutinjectie. Stalen buispalen die in delen worden ingedraaid dus en daarna gevuld met wapening en beton. Ook hier is een heistelling voor nodig, maar gelukkig blijkt de allerkleinste heistelling – ter grootte van een parkeervak – te volstaan. De keuze voor dit trillingsvrije funderingssysteem komt voort uit de kwetsbaarheid van de omringende bebouwing en de wens overlast en schade tot het absolute minimum te beperken. In totaal zijn 18 palen nodig.

Dat klinkt wellicht als veel, maar de kademuur ligt ter hoogte van de brug een stuk hoger dan langs de rest van de gracht. Bij de oude brug vormen landhoofd en grondkerende vleugelwanden al een integrale constructie en dat is ook bij de nieuwe brug het geval. Constructief is het een gunstige oplossing, waarbij het palenplan flink geoptimaliseerd kon worden, omdat landhoofd en vleugelwanden de palen delen. Uiteraard houdt het palenplan rekening met tal van kabels en leidingen in de ondergrond.

landhoofd aan de smalle kant van de brug

omgevingsmanagement doorslaggevend

De beperkte ruimte staat centraal bij de aanbesteding. Inschrijvende aannemers worden primair beoordeeld op het plan van aanpak voor de uitvoering en het omgevingsmanagement. De opdracht gaat naar aannemingsbedrijf Van de Ven, dat ten tijde van de aanbesteding al met verschillende projecten in de nabije omgeving van de Rozemarijnbrug bezig is en mede daardoor goed bekend is met de ins en outs van de waterwerken in de historische binnenstad. Ipv Delft maakt de contractstukken voor de aanbesteding, in aanvulling op so, vo en do dat het bureau ook verzorgt.

De brug zelf heeft een enkele overspanning van een kleine 11 meter en bestaat uit een gesloten stalen doosconstructie. De binnenzijde is luchtdicht en behoeft geen onderhoud, de buitenzijde is mooi glad voor optimale beeldkwaliteit en gemakkelijk onderhoud. De keuze voor staal komt voort uit de beoogde levensduur van honderd jaar, die met deze constructie makkelijk haalbaar is. Met het oog op de toekomst zitten er zes nog lege mantelbuizen in de brug.

bouwkuipen

Het Achterom is een relatief smalle straat met  grote bomen en huizen die zeer dicht op de rijbaan staan. Het op locatie krijgen van bouwmaterieel en de brug zelf vormt daardoor een uitdaging. Ook voor de bouwkuipen is de ruimte beperkt, mede door de regels vanuit het waterschap die gericht zijn op het constant houden van het waterpeil in de binnenstad. Het lukt de aannemer aan weerszijden een bouwkuip te realiseren, waarin hij vervolgens de in het werk gestorte landhoofden en vleugelwanden bouwt. Deze fase van de uitvoering neemt veruit de meeste tijd in beslag, zo’n vier maanden.

Om transport van de brug vanuit de fabriek van FK metaaltechniek mogelijk te maken, bestaat hij uit twee delen, waarbij de naad in lengterichting van de brug loopt. Deze delen passen precies op een dieplader, die op zijn beurt weer precies in het straatprofiel past. Zo wordt het brugdek in twee delen per vrachtauto aangeleverd. Ook de twee hekwerken passen hier op; als stapel van dek- en leuningdelen is de gehele brug in één transport naar locatie vervoerd.

de ruimte op het Achterom is zeer beperkt

brug in twee delen

Ter plekke volgt plaatsing van de brugdelen, één voor één. Op het bescheiden kruispunt aan de oostzijde van de brug past precies een kleine kraan om het hijswerk te verrichten. De stempels steunen daarbij op de nieuwe fundering. Van onderaf worden beide delen middels een boutverbindingen aan elkaar vastgemaakt en daarna brengt de aannemer extra slijtlaag aan over de naad en de verwijderde hijsogen. Van de tweedeling in het dek is niets meer te zien.

alle delen van de brug passen op 1 dieplader

maatwerk leuningontwerp

Het leuningwerk is al in de ontwerpfase onderwerp van gesprek. Wat voor hekwerk is passend? Het klassieke hekwerk dat op veel oude bruggen in het centrum staat? Of juist iets afwijkends, omdat de brug in gebruik ook afwijkt van de andere bruggen? Ipv Delft stelt uiteindelijk een modern strippenhekwerk voor, in lijn met de hedendaagse standaardbrug die het bureau ontwierp voor de rest van de stad. Tegelijkertijd heeft het hekwerk wel degelijk een relatie met het klassieke Delftse hekwerk, want aan de buitenzijde volgen de plaatstalen lamellen de vorm van de klassieke balusters. Aan de binnenzijde zijn de spijlen recht. Zo ontstaat een mooie combinatie van klassiek en modern. Voor de beëindiging van het hekwerk ontwierp de bruggenspecialist een maatwerk 3D-variant van de lamellen om de knipoog in het ontwerp nog sterker te benadrukken.

het hekwerk combineert de contouren van een historisch leuningwerk met een modern strippenhekwerk

voertuigwering

Een ander discussiepunt zijn de voertuigwerende paaltjes. Voorheen stond er aan elke zijde één in het midden van de doorgang. Nu het brugdek aan de westkant bijna 8 meter breed is, is één paaltje daar niet voldoende meer. De brug is weliswaar constructief berekend op een onbedoeld voertuig, maar een bestelbusje dat de brug gebruikt om snel de overkant te bereiken is verre van wenselijk. Twee paaltjes dan wellicht? Het worden er drie: het standaard rood-witte paaltje in het midden, geflankeerd door natuurstenen palen. De plaatsing van die laatste is afgestemd op de verkeersstromen, ze staan op een kleine meter van de leuning. Zo is de doorgang voor fietsers zo breed mogelijk en kunnen voetgangers met kinderwagen of rolstoelgebruikers dicht langs het leuningwerk blijven. De contrasterende slijtlaag in de zone langs het hekwerk benadrukt deze scheiding.

In kleurstelling sluit de brug zelf naadloos aan op de andere bruggen in de binnenstad: witte brugrand en wit hekwerk. De onderzijde van het dek is monumentgroen, een donkergroene kleur die veel terugkomt in de omliggende gevels.

meer informatie?

bel Thijs Beerkens:
015 750 25 76

ook interessant:

brug vervangen in binnenstad? niet zonder uitdaging…

De ruimte is beperkt, de omringende bebouwing eeuwen oud en onder waterniveau bevinden zich historische kademuren die niet belast mogen worden. Ook gelden er restricties voor het ruimtebeslag van de bouwkuipen om het watersysteem van de Delftse binnenstad niet te verstoren. Toch moet de bestaande brug worden vervangen...

wat kost een brug?

Het plan een brug te realiseren ontstaat doorgaans vanuit een behoefte. Zodra die behoefte is vastgesteld, volgt de vraag: wat kost dat eigenlijk? Het is een van de vragen die ons keer op keer gesteld wordt. Hoog tijd dus om hem te beantwoorden!
Amersfoort duurzame brug Pottenbakkerslaan zijaanzicht

vijf opties voor een duurzame brug

Een one-size-fits-all duurzame brug bestaat niet, maar er zijn wel verschillende standaardprincipes voor een duurzame brug! We zetten ze in dit artikel voor u op een rijtje: een brug opgebouwd uit hergebruikte elementen, de hout-betonbrug, een modulaire brug in secundair staal en UHSB, een volledig betonnen brug en de 2.0 versie van de aloude hardhouten brug.
ZWO.11_view-1_duurzame-houtbetonbrug-Hessenpoort-ipvDelft

circulaire principes in de ontwerpfase

Duurzaamheid is een aspect waar we bij het ontwerpen van onze bruggen inmiddels standaard rekening mee houden. Dat doen we aan de hand van de circulaire ontwerpprincipes zoals ontwikkeld door Rijkswaterstaat en Witteveen+Bos. Dit blogitem gaat nader in op hoe wij de ontwerp-gerelateerde principes in de praktijk toepassen en wat zoal de opties zijn.

Leuninghoogte 1.30 meter: ramp of redelijk?

Ruim een jaar geleden veranderden in het Bouwbesluit de regels voor brugleuningen. Per 1 juli 2021 moet een leuning die direct grenst aan een fiets- of bromfietspad minstens 1,3 meter hoog zijn. Voorheen gold op veel plaatsen een minimale hekwerkhoogte van 1,0 meter. Wat betekent dit in de praktijk?