zeven tips voor een goed verlicht monument

Cultureel erfgoed wordt in ons land gekoesterd. Dat is onder meer te zien aan de vele (rijks)monumenten die ’s avonds – vaak letterlijk – baden in het licht. In veel gevallen kan de bestaande verlichting beter, bijvoorbeeld door het accent meer te leggen op de architectonisch interessante kenmerken van een gebouw zodat het monument echt tot zijn recht komt. Zeven tips voor het aanlichten van monumenten.

maak de contouren zichtbaar

Het is fijn als het volume van een gebouw ook in het donker zichtbaar is. Door dakrand of torenspits subtiel aan te lichten blijft de menselijke maat afleesbaar. Een groot onverlicht volume dat boven je uit torent geeft een onprettig gevoel.

leg de juiste accenten

Zorg dat het monument er ook ’s nachts als zodanig uitziet. Benadruk architectonische kenmerken die overdag van nature de aandacht trekken, zoals zuilen, ornamenten, daklijsten en dergelijke. Niet alles hoeft aangelicht, kies in elk geval de meest beeldbepalende elementen.

schets lichtontwerp Huize De Paauw, Wassenaar

stem lichtsterktes af

Een juiste verhouding tussen de lichtsterktes is erg belangrijk. Bij te grote verschillen ontstaat geen spel van licht en donker, maar krijg je zwarte gaten gecombineerd met plekken die zo fel verlicht zijn dat het pijn doet aan de ogen. Een combinatie van invullicht en accentverlichting werkt vaak goed.

maak aanpassingen omkeerbaar

Monumentenzorg eist vaak dat alle aanpassingen die nodig zijn voor montage van de verlichting omkeerbaar zijn. Het monument moet weer in originele staat te brengen zijn. Dit vereist onder andere extra zorgvuldige detaillering.

sluit risico’s uit

Met het oog op monumentenzorg is het belangrijk om montage en logistiek vooraf goed af te stemmen. Dit voorkomt verrassingen tijdens de uitvoering. Waar loopt de bekabeling precies en hoe is de bevestiging? Kan de installateur de locatie waar het armatuur moet komen goed bereiken?

bevestiging armatuur op bestaande trekstangen, Bakenessertoren, Haarlem

integreer armaturen

’s Avonds is de verlichting nodig om het monument tot zijn recht te laten komen, overdag niet. Armaturen, uithouders of bekabeling moeten dan juist niet opvallen. Werk bekabeling netjes weg en geef het armatuur bijvoorbeeld dezelfde kleur als de achtergrond. Kijk of je meerdere lichtbronnen op een mast kunt combineren of gebruik de al aanwezige masten.

kijk ook naar het interieur

Bijvoorbeeld bij kerkgebouwen kan het goed werken om de interieurverlichting mee te nemen in het lichtontwerp voor het exterieur. Wanden, gewelven of plafonds binnen verlichten maakt glas-in-lood en interieur zichtbaar van buitenaf. Dit versterkt de gelaagdheid van het lichtbeeld.

van buitenaf is het gewelfde plafond van de St. Bavokerk in Haarlem zichtbaar

meer informatie?

bel Marion Kresken:
015 750 25 76

benieuwd naar voorbeelden?
bekijk ons boekje Aanlichten van monumenten!

ook interessant:

brug vervangen in binnenstad? niet zonder uitdaging…

De ruimte is beperkt, de omringende bebouwing eeuwen oud en onder waterniveau bevinden zich historische kademuren die niet belast mogen worden. Ook gelden er restricties voor het ruimtebeslag van de bouwkuipen om het watersysteem van de Delftse binnenstad niet te verstoren. Toch moet de bestaande brug worden vervangen...

wat kost een brug?

Het plan een brug te realiseren ontstaat doorgaans vanuit een behoefte. Zodra die behoefte is vastgesteld, volgt de vraag: wat kost dat eigenlijk? Het is een van de vragen die ons keer op keer gesteld wordt. Hoog tijd dus om hem te beantwoorden!
Amersfoort duurzame brug Pottenbakkerslaan zijaanzicht

vijf opties voor een duurzame brug

Een one-size-fits-all duurzame brug bestaat niet, maar er zijn wel verschillende standaardprincipes voor een duurzame brug! We zetten ze in dit artikel voor u op een rijtje: een brug opgebouwd uit hergebruikte elementen, de hout-betonbrug, een modulaire brug in secundair staal en UHSB, een volledig betonnen brug en de 2.0 versie van de aloude hardhouten brug.
ZWO.11_view-1_duurzame-houtbetonbrug-Hessenpoort-ipvDelft

circulaire principes in de ontwerpfase

Duurzaamheid is een aspect waar we bij het ontwerpen van onze bruggen inmiddels standaard rekening mee houden. Dat doen we aan de hand van de circulaire ontwerpprincipes zoals ontwikkeld door Rijkswaterstaat en Witteveen+Bos. Dit blogitem gaat nader in op hoe wij de ontwerp-gerelateerde principes in de praktijk toepassen en wat zoal de opties zijn.

Leuninghoogte 1.30 meter: ramp of redelijk?

Ruim een jaar geleden veranderden in het Bouwbesluit de regels voor brugleuningen. Per 1 juli 2021 moet een leuning die direct grenst aan een fiets- of bromfietspad minstens 1,3 meter hoog zijn. Voorheen gold op veel plaatsen een minimale hekwerkhoogte van 1,0 meter. Wat betekent dit in de praktijk?