staartbrug Kadoelenbrug Amsterdam

verbindingsbrug

Het stadsdeel Amsterdam-Noord wilde een nieuwe fiets- en voetgangersbrug over Zijkanaal I, die De Bongerd, een nieuwbouwwijk in aanbouw, zou verbinden met het Amsterdamse achterland.Na een meervoudig onderhandse uitvraag gunde het stadsdeel de opdracht voor de Kadoelenbrug aan de combinatie Witteveen+Bos en ipv Delft. ipv Delft ontwierp de staartbrug.

basculebrug

Stadsdeel Amsterdam-Noord wilde graag een horizontale brug die een wijzend gebaar zou maken naar het achterland. Deze wens hebben we vertaald in een basculebrug, waarbij het contragewicht en de randligger van de val samen een subtiele pijl vormen richting de polder. De balusters hellen allemaal licht over richting het achterland. Verder is de fiets- en voetgangersbrug onderhoudsarm, onder meer door toepassing van de kunststof randelementen die de brug haar strakke belijning geven.

specificaties

afmetingen: l=110 m | b=7 m
uitvoeringskosten: € 2.460.000
partner: Witteveen+Bos
oplevering: 2012

meer informatie?

bel Ivo Mulders:
015 750 25 72

projectteam

Ivo Mulders
Niels Degenkamp
Teun Teeuwisse
Mathijs Wullems

artikel geschreven voor Water + Land

mei, 2013

Als techniek en vormgeving hand in hand gaan, ontstaan mooie dingen. De beweegbare Kadoelenbrug in Amsterdam-Noord is daar een prima voorbeeld van. De moderne, slanke fiets- en voetgangersbrug op de grens van stad en polder is het resultaat van nauwe samenwerking tussen ontwerpbureau ipv Delft en ingenieursbureau Witteveen+Bos.

De 110 meter lange brug verbindt De Bongerd, een nieuwbouwwijk in aanbouw, met de Landsmeerderdijk, onderdeel van de Waterlandse Zeedijk en maakt deel uit van de regionale fietsstructuur. Het stadsdeel stond een slanke, horizontale brug voor ogen die op de een of andere manier iets deed met de ligging op de grens van stad en achterland. Ipv Delft vertaalde deze wensen naar een eigentijds en onderhoudsarm ontwerp. Zo leidde de wens van een horizontale brug al snel tot het uiteindelijke principe van een basculebrug waarbij het tegengewicht naast het brugdek ligt. Een ophaal- of hefbrug zou immers veel minder horizontaal zijn en de gewenste verwijzing naar het achterland zou bovendien met een dergelijke brug lastiger te maken zijn.

Verwijzing

De vrijdraaiende basculebrug maakt nu een wijzend gebaar richting het veenweidelandschap van Waterland dat zich achter de historische en monumentale Waterlandse Zeedijk bevindt. In de vorm van het contragewicht en de randelementen is een subtiele pijl te herkennen en de balusters van het hekwerk buigen allemaal licht in de richting van de monumentale dijk. De vorm van het contragewicht zelf is het gevolg van een afstemming tussen pijlvorm en constructieve logica.

Het daadwerkelijke aandrijfmechanisme van de basculebrug bevindt zich in het steunpunt onder de bascule. Een tandwiel drijft de brugval aan via een tandheugel die is opgenomen in het uiteinde van het contragewicht. Een extra cirkeldeel, dat vastzit aan de aanbrug en het steunpunt, dekt het tandwiel en de tandheugel af. Tijdens het openen van de brug wordt de werking van het bewegingswerk zichtbaar doordat het tegengewicht en het vaste cirkeldeel langs elkaar draaien.

Kunststof

Over de gehele lengte is de betonnen brug voorzien van kunststof, antracietkleurige randelementen. Niet alleen waren brugrand en contragewicht op deze manier tot een strakke en vloeiende lijn samen te smelten, het gebruik van de randelementen leidt ook tot een brug die lang mooi blijft.

Waar beton er snel vervuild uitziet, zullen de composieten kappen van de Kadoelenbrug daar veel minder last van hebben. Bovendien zijn de randelementen onderhoudsarm. De val, het beweegbare deel van de brug, heeft goed geconserveerde stalen hoofdliggers met daartussen een kunststof dek. Hierdoor is de val eveneens onderhoudsarm, en een stuk lichter, waardoor het energieverbruik van de brug relatief laag is. De twee 18 meter lange kappen voor de val zijn ieder uit één stuk gemaakt.

Integratie

Wat verder opvalt is de integratie van elementen als verlichting en slagboomkasten. De vorm van de slagboomkasten is afgestemd op die van het hekwerk en de kasten hebben dezelfde kleur als hekwerk en brugrand. Scheepvaartseinen zijn geïntegreerd in de sluitboomkasten of bevinden zich samen met de waarschuwingslichten voor de bruggebruikers op korte, slanke masten. De cameramasten voor het op afstand bedienen van de brug staan recht tegenover de sluitbomen zodat de verticale elementen in het aanzicht van de brug zoveel mogelijk tegen elkaar wegvallen en geconcentreerd zijn rond het beweegbare deel van de brug.

De vaarweg onder de brug, Zijkanaal I, is geen doorlopende route voor de scheepvaart en wordt weinig gebruikt. Toch moest de brug beweegbaar zijn met het oog op de verderop gelegen woonboten en een scheepswerf. Vanwege de geringe hoeveelheid scheepvaart is in overleg met de waterbeheerder besloten de geleidewerken bij de brug te minimaliseren tot stoppalen en aanlegplaatsen aan weerszijden van de brug. Dit betekende minder kosten en een rustiger beeld.

Het brugdek wordt met leds verlicht vanuit de handregels van het hekwerk. Het licht komt hierdoor vooral daar waar het moet komen (op het brugdek), en de lichthinder is beperkt. Verder zorgt de verlichting ervoor dat de horizontale belijning van de brug ook in het donker goed tot zijn recht komt.

Verder kreeg de aansluiting op de Landsmeerderdijk, een provinciaal monument en functionele waterkering, extra aandacht. De aanlanding van de brug is hier zodanig ontworpen, dat het dijkprofiel ongehinderd doorloopt.

vergelijkbare projecten