De trap heeft uit een centrale kokervormige trapboom met aan weerszijden massieve strippen die doorlopen als baluster van het hekwerk. Daartussen zijn traptreden uit staalplaat t = 6 mm geplaatst.
De verticale vervormingen in zowel trap- als brugconstructie kunnen vrij optreden. Het brugdek heeft een zeeg van 50 mm in het veld, zodat het geheel onder invloed van eigen gewicht en rustende belastingen horizontaal oogt. Om diezelfde reden is de uitkraging voorzien van een opstand/zeeg van 40 mm die de doorzakking compenseert.
De trap aan de westzijde bestaat uit een koker met aan één zijde uitkragende traptreden. Deze koker wordt met een plaat moment- en wringvast verbonden aan de hoofdliggers van de brug. De trap voert voetgangers naar de onlangs heringerichte Waalhaven Oostzijde waaraan zich onder meer bushaltes bevinden. Het brugdek steekt hier iets verder door, zodat een uitkijkpunt ontstaat.
Fundering
Beide portalen bestaan uit kokerprofielen op een betonnen landhoofd met paalfundering. Het steunpunt aan de westzijde is door de aanwezigheid van kabels en leidingen kleiner in afmeting (K400x400x16, landhoofd = 0,7×0,7×4,5 m) dan het steunpunt aan oostzijde (K600x400x16 met landhoofd = 1,0×0,8×4,5 m). Om de stabiliteit haaks op de brugas te waarborgen, hebben de portalen momentvaste hoeken en een momentvaste verbinding aan de fundering.
De steunpunten dragen beide bij aan de stabiliteit van de constructie parallel aan de brugas. Door de beperkte mogelijkheid voor stabiliteitsvoorzieningen parallel aan het dek zijn beide koppelingen vast uitgevoerd. Zo draagt ook het westelijke portaal bij aan de stijfheid/stabiliteit van de constructie. De kolommen worden ingeklemd in de fundering. Onder invloed van temperatuur zal met name het westelijke portaal, dat flink forser is, zijdelings uitbuigen.
Loodpalen
De onderbouw bestaat uit in het werk gestorte landhoofden. Gezien de beperkte beschikbare ruimte door kabels en leidingen, het spoor en de waterkering, is gekozen voor een fundering op twee loodpalen per landhoofd. Een breder landhoofd met schoorpalen was geen optie. De trap aan de westzijde rust op een vrijstaande paal. Het gaat om ‘casing draaipalen’ (geschroefde stalen buispaal) r406 met groutinjectie, een trillingsvrij en grondverdringend systeem.
De gehele staalconstructie is gesneden en gelast en daarna in twee delen naar de conserveerder vervoerd die het heeft gestraald, gemetalliseerd met zink-aluminium en voorzien van een drielaags verfsysteem. Hierna is door derden een slijtlaag aangebracht. Daar zijn de twee delen ook aan elkaar gelast. Tot slot is de brug in zijn geheel naar de locatie gebracht en in de nacht van 28 en 29 november geplaatst